Digitale soevereiniteit is in korte tijd een urgent thema geworden. Overheden werken op alle niveaus aan meer grip op de digitale infrastructuur, van Europese open source alternatieven tot beleid en inkoop. Vanuit Rijksorganisatie ODI dragen experts hier op verschillende opdrachten aan bij. In dit drieluik spreken we collega’s die bouwen aan meer digitale soevereiniteit binnen de overheid. In deel 3: Rik Hooft en Christopher Spelt over hun opdracht Mijn Bureau.
Wat is de opdracht?
Rik: ‘Onze opdracht was om een open source alternatief te ontwikkelen voor Microsoft Teams. Op basis van oplossingen die in Frankrijk en Duitsland grootschalig worden gebruikt hebben we Mijn Bureau ontwikkeld en beproefd. De opdracht kwam voort uit het programma Beter Samen Werken, een initiatief dat na de toeslagenaffaire werd opgezet om de informatiehuishouding van de overheid te verbeteren. De concrete aanleiding kwam van het Adviescollege ICT-toetsing, en het idee van Mijn Bureau kwam van de Open Source Program Officer van BZK, een rol die momenteel wordt ingevuld door Gina Plat.’
Christopher Spelt (links) en Rik Hooft
Wat is de verhouding tussen digitale soevereiniteit en jouw opdracht?
Christopher: ‘Met Mijn Bureau laten we op een concrete manier zien hoe je digitale soevereiniteit in de praktijk brengt. Met een klein team van vier software engineers hebben we een productiewaardig systeem opgezet op basis van open source, met vrijwel alles wat ambtenaren nodig hebben om te werken. Denk aan een omgeving vergelijkbaar met Teams, waarin je documenten kunt delen, bewerken en kunt videobellen met collega’s. Maar dan op je eigen server, buiten de cloud van een Amerikaans bedrijf.’
"Met Mijn Bureau laten we op een concrete manier zien hoe je digitale soevereiniteit in de praktijk brengt."
Waarom is het belangrijk dat de overheid hier nu in investeert?
Christopher: ‘Het is fundamenteel voor de Nederlandse overheid, en daarmee ook voor de burger, om goede opties te hebben als het gaat om data- en cloud. Zeker in een tijd als deze, waarin we er niet langer vanuit kunnen gaan dat de relatie met onze bondgenoten stabiel blijft, of dat bedrijven zoals Microsoft hun dienstverlening nooit zullen beperken. Een paar jaar geleden was dat ondenkbaar. Nu niet meer.’
Rik: ‘En los van het risico dat de stekker er morgen uit getrokken kan worden, wil je in het kader van soevereiniteit, privacy en kosten een deel van je overheidsdocumenten gewoon niet opgeslagen hebben bij commerciële bedrijven buiten Nederland. Dat zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn.’
Wat was de grootste uitdaging?
Christopher: ‘De technische uitdaging was dat we het zo generiek mogelijk wilden houden, zodat het ook op platformen buiten de Rijksoverheid, zoals gemeentes, te installeren is. Dat heeft in het ontwikkelwerk best wat tijd gekost.’
Rik: ‘Uitdagend was de onbekendheid met en de vooroordelen over open source applicaties. Met Mijn Bureau hebben we laten zien dat open source een volwaardig alternatief kan zijn voor bestaande tools. Niet door er uitgebreid over te praten, maar door direct een bruikbaar en tastbaar product neer te zetten. Juist die aanpak maakt gebruikers enthousiast. Inmiddels draaien we een succesvolle pilot met enkele honderden actieve gebruikers. Qua uitdaging spelen er natuurlijk in de omgeving bredere vraagstukken, zoals rijksbrede samenwerking en het ontwikkelen van gezamenlijke visie en richting, die ook invloed hebben op deze opdracht.’
"Mensen zijn actief op zoek zijn naar iets dat niet voelt als een verlengstuk van Big Tech en de afhankelijkheden die dat met zich meebrengt."
Wat zijn mijlpalen waar je op terugkijkt?
Christopher: ‘Ik vind de start van onze pilot een echte mijlpaal. Het is iets waar we lange tijd naartoe hebben gewerkt en het was heel spannend om het in gebruik te zien. Mij verraste dat gebruikers juist blij zijn dat Mijn Bureau niet op Microsoft Teams lijkt. Ik vermoed dat dat komt omdat digitale soevereiniteit nu een hot topic is. Mensen zijn actief op zoek zijn naar iets dat niet voelt als een verlengstuk van Big Tech en de afhankelijkheden die dat met zich meebrengt.’
Rik: ‘De reacties daarna waren de grootste mijlpaal voor mij. Gebruikers waren enthousiast en we kregen hele zinvolle, constructieve feedback die we direct hebben verwerkt. Bij verschillende meetings is de vraag inmiddels: wanneer kunnen wij dit hebben? Dat geeft aan dat er echt meer in het vat zit. We brengen het nu over aan SSC-ICT en we hopen dat Mijn Bureau snel rijksbreed wordt gebruikt.’
Hoe vind je collega’s van ODI die ook iets rondom dit thema doen?
Rik: ‘Ik heb contact met meerdere ODI-collega’s die op die zich bezig houden met digitale autonomie, zoals Manfred Zielinski, Martin Tetteroo en Gina Plat. Door kennis te delen en op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen binnen onze opdrachten help je elkaar om beter resultaten te bereiken. Als ik weet dat er ODI collega’s in de buurt zijn, zoek ik ze daarom op.’
Meer weten over Mijn Bureau? Lees dan verder in het artikel op iBestuur.