Digitale soevereiniteit is in korte tijd een urgent thema geworden. Overheden werken op alle niveaus aan meer grip op de digitale infrastructuur, van Europese open source alternatieven tot beleid en inkoop. Vanuit Rijksorganisatie ODI dragen experts hier op verschillende opdrachten aan bij. In dit drieluik spreken we collega’s die bouwen aan meer digitale soevereiniteit binnen de overheid. In deel 2: Gina Plat over haar opdracht bij het Open Source Program Office bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Gina Plat

Wat is je opdracht?

‘Sinds augustus 2025 werk ik bij het Open Source Program Office (OSPO) van BZK, samen met Boris van Hoytema. Vanuit het OSPO adviseren we op beleid, verbinden we developers en beleidsmakers en helpen we organisaties om open source werken onderdeel te maken van hun standaard werkwijze. Sinds 2020 geldt het ‘open, tenzij’-beleid binnen de overheid, maar voor velen is het nog nieuw om open source te werken.’

‘Open source betekent dat de broncode inzichtelijk is en organisaties meer regie hebben over hun software: wat je wilt aanpassen, waar het draait, wat het kost en wat ermee gebeurt. De urgentie om open source te werken is de afgelopen jaren sterk toegenomen. We zien hoe kwetsbaar afhankelijkheden kunnen zijn. Het incident met de openbaar aanklager van het Internationaal Strafhof was daarin echt een kantelpunt. Open source is daardoor niet langer een nice-to-have, maar een strategische noodzaak.”

Wat is de grootste uitdaging en hoe pak je die aan?

‘De grootste uitdaging is bestuurlijke daadkracht. Veel mensen willen wel, maar overheidsprocessen zijn nu eenmaal zorgvuldig en bureaucratisch. De overheid is niet van snel, maar van goed.

Tegelijkertijd proberen wij steeds te kijken: wat kan er wél? Soms moet je gewoon beginnen. MijnBureau is daar een goed voorbeeld van. Dat zijn we simpelweg gaan bouwen, net als het overheidsbrede codeplatform (code.overheid.nl) als alternatief voor GitHub. Daar hadden we eindeloos over kunnen vergaderen, maar uiteindelijk helpt gewoon beginnen vaak meer dan blijven praten.’

"Het zou mooi zijn als we dit jaar echt stappen zetten om dat samen te brengen tot een standaard dienstverlening binnen de Rijkswerkomgeving."

Waar kijk je het meest naar uit?

‘Ik ben ontzettend trots op wat we nu al neerzetten. MijnBureau wordt bijvoorbeeld in Europees verband ontwikkeld met meerdere landen. Je bouwt samen verder op elkaars beste oplossingen. Dat is precies de kracht van open source.

Daarnaast zie je dat steeds meer initiatieven samenkomen: Nextcloud pilots, chat- en videobeloplossingen, en de soevereine werkplek binnen SSC-ICT. Het zou mooi zijn als we dit jaar echt stappen zetten om dat samen te brengen tot een standaard dienstverlening binnen de Rijkswerkomgeving. Daarnaast blijft overheidsbreed samenwerken belangrijk.’

"Stel je laat een huis bouwen en de aannemer zegt: ‘Wat wij in de muren doen hoef jij niet te weten. En als je ooit wilt verbouwen, moet dat via ons."

Dat klinkt best abstract. Waarom is dit belangrijk voor Nederland?

‘Omdat het gaat over controle en transparantie. Als de overheid data van burgers verwerkt, moet je kunnen zien hoe systemen werken en wat ermee gebeurt. Open source maakt dat inzichtelijk.

Ik leg het soms uit met een voorbeeld over een huis. Stel dat je een huis laat bouwen en de aannemer zegt: ‘Wat wij in de muren doen hoef jij niet te weten. En als je ooit wilt verbouwen, moet dat via ons, tegen tien keer de prijs. En als je huis af is mag je alleen naar binnen als je een duur abonnement bij ons afsluit.’ Dat accepteren we bij een huis nooit, maar digitaal hebben we dat jarenlang wel gedaan.’

"Je merkt dat opdrachtgevers met ODI niet alleen een persoon inhuren, maar eigenlijk toegang krijgen tot een netwerk van experts."

Waarom heeft de opdrachtgever gekozen voor ODI?

‘ODI staat bekend als een partij met veel expertise en een sterk netwerk. We hebben mensen rondlopen die beleid, techniek en uitvoering met elkaar verbinden. Dat maakt ons flexibel inzetbaar. Je merkt dat opdrachtgevers niet een persoon inhuren, maar eigenlijk toegang krijgen tot een netwerk van experts.’

Hoe versterken ODI-collega’s elkaar op dit onderwerp?

‘Dat is echt de kracht van ODI. De lijntjes zijn kort en er is enorm veel kennis aanwezig. Ik werk bijvoorbeeld samen met collega’s zoals Manfred Zielinski, die op opdracht zit bij CIO Rijk, Rik Hooft en Christopher Spelt van MijnBureau, en oud-collega Marieke Mol die bij het EDIC zich richt op internationale samenwerkingen rondom digitale soevereiniteit. Daardoor kunnen we ervaringen uit verschillende opdrachten samenbrengen en initiatieven binnen de overheid met elkaar verbinden en versterken.’