Digitale soevereiniteit is in korte tijd een urgent thema geworden. Overheden werken op alle niveaus aan meer grip op de digitale infrastructuur, van Europese open source alternatieven tot beleid, sourcing en inkoop. Vanuit Rijksorganisatie ODI dragen experts hier op verschillende opdrachten aan bij. In dit drieluik spreken we ODI-collega’s die bouwen aan meer digitale autonomie binnen de overheid. In deel 1: Manfred Zielinski over zijn opdracht bij CIO Rijk.

Wat is je opdracht?

‘Mijn opdracht is het aanjagen en managen van projecten voor digitale autonome alternatieven binnen de rijksoverheid. Nu werk ik bijvoorbeeld aan een Rijksbrede soevereine chatvoorziening als alternatief voor WhatsApp, Signal of Teams. Dat moet aan veel eisen voldoen, bijvoorbeeld dat het makkelijk moet zijn om berichten te archiveren, wat nu volgens de Wet open overheid verplicht is voor sleutelfunctionarissen.

Manfred Zielinski

We beginnen daarom met basisfunctionaliteit, maar kijken breder: wat is een toekomstbestendige vervanging voor Teams, Slack en WhatsApp? Daarbij speelt ook geopolitiek mee. We willen dat onze communicatievoorzieningen op open standaarden draaien en makkelijk vervangbaar zijn. In Europa zie je bijvoorbeeld veel ontwikkeling rond Matrix. Landen als Frankrijk en Duitsland lopen daarin al voorop.

Daarnaast werk ik ook aan open source beleid en Europese samenwerking, zoals EDIC Digital Commons. Daarin ontwikkelen landen samen digitale bouwstenen, zoals Nederland met MijnBureau, Frankrijk met La Suite en Duitsland met OpenDesk.'

'De beste manier om toch voortgang te boeken is om partijen in hun kracht te zetten, in mijn ervaring'

Wat is de grootste uitdaging en hoe pak je die aan?

‘De grootste uitdaging is de spanning tussen snelheid en zorgvuldigheid. Er is enorme druk om snel te leveren, zeker omdat er wettelijke verplichtingen zijn én een duidelijke wens voor meer digitale soevereiniteit. Tegelijk heb je te maken met een rijksoverheid waarin veel partijen betrokken zijn en waar systemen aan hoge eisen moeten voldoen. Dat maakt het complex.

De beste manier om toch voortgang te boeken is om partijen in hun kracht te zetten, in mijn ervaring. Defensie is bijvoorbeeld al wat verder als het gaat om digitaal soevereine communicatiemiddelen, want hun urgentie is hoger. Daar lopen al meerdere pilots met soevereine chat oplossingen. Door samen te werken kunnen wij voortbouwen op hun kennis en ervaring. SSC-ICT is weer sterk in dienstverlening en helpt met opschaling. DICTU heeft veel kennis heeft van open source ontwikkeling. Door die krachten te combineren kun je sneller leren en toch zorgvuldig bouwen.’

Wat is een belangrijke mijlpaal in jouw opdracht waar je naar uitkijkt?

‘Het moment dat we de chatvoorziening echt in gebruik zien binnen de rijksoverheid. De eerstvolgende belangrijke stap daar naartoe is de pilot die we dit jaar hopen te starten.

Daarnaast zie je dat steeds meer initiatieven samenkomen: videobellen, digitale werkomgevingen en Europese samenwerking. Het mooie van open source is dat oplossingen goed op elkaar aan te sluiten zijn en je sneller kunt samenwerken met andere landen.’

Dit klinkt allemaal best abstract. Waarom is dit belangrijk voor Nederland?

‘De kern, voor mij, is keuzevrijheid. Kan je zelf beschikken over je eigen informatievoorziening, je eigen IT, je eigen computer? De gesloten technologieën die veel gebruikt worden door  big tech houden je ingekapseld. Daardoor heb eigenlijk geen keuzevrijheid.

Het incident met medewerkers van het Internationaal Strafhof laat het heel scherp zien: als toegang tot systemen of diensten wegvalt, heeft dat directe gevolgen voor werk en continuïteit. Dat maakt duidelijk hoe belangrijk keuzevrijheid is. Dus wat gaan we doen, als overheid? Ten eerste: zorgen dat we een alternatief ontwikkelen. Zodat we eenvoudig kunnen overstappen naar alternatieven wanneer systemen niet meer beschikbaar zijn of niet meer passen bij onze eisen. Bij voorkeur gebaseerd op open standaarden en open source.'

'We spreken zowel de taal van IT als van beleid. Dat maakt het mogelijk om bruggen te slaan tussen bestuur, beleid en IT'

Waarom heeft de opdrachtgever gekozen voor ODI?

‘ODI staat bekend als een partij die snel kan schakelen en veel kennis in huis heeft. We zijn relatief eenvoudig in te zetten en brengen ervaring mee uit verschillende overheidscontexten.

Wat hierin belangrijk is: we spreken zowel de taal van IT als van beleid. Dat maakt het mogelijk om direct op strategisch niveau mee te draaien en bruggen te slaan tussen verschillende werelden.’

Hoe versterken ODI-collega’s elkaar op dit onderwerp?

‘De samenwerking binnen ODI is echt een meerwaarde. De lijnen zijn kort en er is veel onderling vertrouwen, waardoor je snel kennis kunt uitwisselen.

We trekken als groep samen op, ook buiten projecten om. Daardoor ontstaat er een netwerk dat je in reguliere organisaties vaak mist. Dus met bijvoorbeeld Gina Plat, bij het Open Source Program Office bij BZK, Rik Hooft en Christopher Spelt van MijnBureau, of andere ODI-collega’s kan ik snel schakelen, ervaringen delen en kunnen we elkaar verder helpen in complexe trajecten.’

Binnenkort verschijnen deel 2, interview met Gina Plat over haar opdracht bij het Open Source Program Office bij BZK, en deel 3 met Rik Hooft en Christopher Spelt over MijnBureau.