De overheid evalueert opvang Oekraïense vluchtelingen

Begin december presenteerde het Rijk de evaluatie van de opvang van Oekraïense vluchtelingen in ons land. Wat ging goed, wat kan beter? Zo bleek de ‘whole-of-society benadering’, waarbij de overheid en maatschappij samen eigenaarschap namen over de opvang, een schot in de roos. Welke lessen trekt de overheid uit deze crisis die we kunnen toepassen bij toekomstige crises? We vroegen het Erik Klaver, lid van het managementteam programmadirectoraat-generaal Oekraïense Ontheemden.

Op dit moment zijn er ruim 100.000 Oekraïense ontheemden in Nederland. Bij het goed opvangen van deze mensen komt veel kijken. De overheid regelt de opvang van de Oekraïense ontheemden vanuit het directoraat-generaal Oekraïense Ontheemden (DG Oek) en de Nationale Opvang Organisatie (NOO). Omdat we als overheid kunnen leren van ons handelen bij een crisis, gaven DG Oek en NOO de opdracht aan Rijksconsultants om hun aanpak te evalueren. Daarvoor zijn ruim vijftig diepte-interviews afgenomen met betrokken partijen.

Welke partijen waren betrokken bij de opvang van Oekraïense ontheemden?

Erik: ‘De overheid werkt samen met uiteenlopende partijen om Oekraïense ontheemden in Nederland zo goed mogelijk op te vangen. Naast nauwe samenwerking met gemeentes en veiligheidsregio’s kun je denken aan Vluchtelingenwerk, Het Rode Kruis en het Leger des Heils. Maar bijvoorbeeld ook de Dierenbescherming. Want als je vlucht voor oorlog, neem je zoveel mogelijk mee wat jou dierbaar is. Voor veel mensen zijn dat ook hun huisdieren. Dat maakt dat er bijvoorbeeld speciale opvanglocaties zijn voor mensen met huisdieren. Overigens is dit meteen een voorbeeld van hoe complex zo’n crisis kan zijn. Want hierdoor kregen we ook te maken met illegale dierenfokkerij en smokkel. Iets wat je van tevoren niet kunt voorzien.’

Wat is een ander voorbeeld van die complexiteit?

Erik: ‘Als je mensen goed wilt opvangen zodat ze hier kunnen integreren voor zolang ze niet terug kunnen, moet je veel voorzieningen regelen. Denk aan onderdak, gezondheidszorg, onderwijs, de mogelijkheid om te werken en kinderopvang. Maar een ontheemde heeft bijvoorbeeld ook een bankrekening nodig, dat is essentieel om deel te nemen aan de samenleving. Het proces om dit te regelen, is in de praktijk behoorlijk complex. Dankzij een ambtenaar die zich hier volop voor inzette, vonden we een bank die het aandurfde om ontheemden te voorzien van een bankrekeningnummer en bankpas. Voor veel banken was dit onmogelijk omdat ontheemden vaak niet de juiste papieren hadden om een rekening te openen. Dankzij de grote inzet van deze specifieke ambtenaar, is dit uiteindelijk wel gelukt.’
 

De overheid evalueert opvang Oekraïense vluchtelingen

Uit het evaluatierapport blijkt dat jullie snel gemeenten verantwoordelijk maakten. Waarom hebben jullie hiervoor gekozen?

Erik: ‘Toen de oorlog uitbrak, werd het vrij snel duidelijk dat we grote hoeveelheden vluchtelingen konden verwachten. Vanuit de Europese Unie werd de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) actief, met als doel om mensen snel bescherming te kunnen bieden. En om te voorkomen dat systemen in landen onnodig onder druk komen te staan. In twee jaar tijd kwamen er ruim 100.000 mensen bij in Nederland. Al die mensen volgens de reguliere processen asiel bieden, was onmogelijk. Het COA kon deze mensen niet ook nog centraal opvangen. Daarom gold toen het staatsnoodrecht. Met dit recht kan overheidshandelen in noodsituaties sneller geregeld worden. Via het staatsnoodrecht konden we de burgemeester verantwoordelijk maken voor opvang in de gemeente. Om gemeenten wel de juiste ondersteuning te bieden, richtten we de NOO op. Zo konden burgemeesters sneller handelen op een manier die werkte voor hun gemeente. En daarbij kregen ze de passende landelijke ondersteuning van de NOO.’

Wat is de kracht van jullie aanpak? 

Erik: ‘De kracht van onze aanpak bleek uit hoe mensen en organisaties op eigen initiatief zaken gingen organiseren. Denk aan het voorbeeld van de ambtenaar die een bank vond die rekeningen wilde openen voor ontheemden. We hebben gemerkt hoe belangrijk het is om die initiatieven te ondersteunen en faciliteren waar we kunnen. Daarmee komt iedereen in hun kracht te staan. En dan doen de juiste mensen de juiste dingen.

Welke geleerde les kunnen we toepassen bij toekomstige crises?

Erik: ‘Een van de lessen die ook in het evaluatierapport duidelijk naar voren komt: de whole-of-societybenadering werkt. Dat is een benadering waarbij je de overheid en maatschappij samen eigenaar maakt van een probleem. Dat maakt draagvlak groter, waardoor ook het gezamenlijk probleemoplossend vermogen groter wordt. Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: mensen die moeten vluchten voor oorlog een veilig onderkomen bieden. Een voorbeeld van die whole-of-societybenadering is hoe we als overheid in nauw contact staan met lokale organisaties en NGO’s. Maar ook hoe we zelf onderdeel zijn van Telegramgroepen waar ontheemden uitwisselen wat er speelt en waar behoefte aan is. En hoe we volop de ruimte gaven aan Oekraïense groepen die al in ons land waren om te helpen bij het organiseren van de eerste opvang. Door met hen samen te werken, konden we sneller en beter zaken geregeld krijgen.’

Welke les heb je persoonlijk geleerd van deze crisis?

Erik: ‘Voor mijn werk bij het DG Oek ben ik vaak op een van de hoogste verdiepingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Soms zie ik dat als symbool voor hoe het van boven allemaal best overzichtelijk lijkt, terwijl de praktijk altijd weer weerbarstig blijkt. Dus: ga het gebouw uit, ga naar de ambtenaren die het echt aan het doen zijn en ga in gesprek. Dan pas zie je wat er speelt, en waar behoefte aan is. Deze crisis is voor mij een bevestiging van hoe belangrijk het is om nieuwsgierig te blijven en je open te blijven stellen. Want iets wat eerst raar lijkt, daarin kan namelijk nog weleens de oplossing schuilen.’

De overheid evalueert opvang Oekraïense vluchtelingen

Het draagvlak voor het opvangen van Oekraïense ontheemden blijkt af te nemen onder het Nederlandse volk. Hoe kijk je hiernaar, vanuit jouw ervaring?

‘Ik werkte ooit in het leger en van daaruit ken ik de locatie Harskamp. Ik sliep vroeger in de kazerne, waar nu vluchtelingen opgevangen worden. Toen ik recent op werkbezoek ging naar die kazerne in Harskamp, bleek dat er in twintig jaar niets was veranderd. De stroomvoorziening is alleen bedoeld voor het opladen van telefoons; een waterkoker of magnetron, dat is niet mogelijk. In Friesland worden mensen opgevangen in een schooltje dat op de planning staat om gesloopt te worden. Vreemden slapen bij elkaar op een kamer. Het komt soms werkelijk alleen neer op een dak boven het hoofd. Natuurlijk zijn er ook betere locaties, maar als mensen aangeven dat ze als Nederlander last hebben van het woningtekort, is het belangrijk om te onthouden dat vluchtelingen zeker niet alleen maar goede voorzieningen hebben.’ 

Waarom kozen jullie voor Rijksconsultants om jullie aanpak te evalueren?

Erik: ‘Rijksconsultants is een onderdeel van de Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (ODI). Rijksconsultants biedt tijdelijk management en adviescapaciteit binnen de overheid. Bureau Delta Review is ook een onderdeel van ODI. Delta Review is een methode waarbij projectmanagers van de Rijksoverheid andere projecten of programma’s evalueren of helpen verbeteren. De combinatie van Rijksconsultants en Delta Review sprak ons aan omdat we daarmee kunnen vertrouwen op mensen die ook bij het Rijk werken. In andere woorden: collega’s die goed kunnen relateren aan wat je als ambtenaar meemaakt en hoe de organisatie in elkaar zit. Dat maakt dat je kunt bouwen op de juiste expertise en dat we sneller en effectiever in actie konden komen.’

Meer weten over het evaluatierapport of Rijksconsultants en Delta Review?

Lees het evaluatierapport over de aanpak van DG Oek en NOO hier.

Kijk voor meer informatie over de Rijksconsultants en Delta Review, zie de websites.

Zie ook het bericht over de overhandiging van het evaluatierapport op 7 december in de Nieuwe Kerk in Den Haag.

Interbestuurlijk organiseren

Yvonne van Veldhoven is werkzaam bij de Nationale Opvang Organisatie. Ze werkt nauw samen met Erik Klaver om de opvang van Oekraïense vluchtelingen in goede banen te leiden.

Wat is de belangrijkste les die je meeneemt?

Yvonne: ‘Ik vind het vooral mooi hoe we dit interbestuurlijk hebben kunnen organiseren. We hebben vertrouwen uitgesproken naar gemeenten en een stuk van de verantwoordelijkheid daar gelegd. Dat pakte goed uit. Via die weg hebben we met elkaar heel veel voor elkaar gekregen binnen een crisissituatie. Ik ben ervan overtuigd dat we anders nooit zover waren gekomen. Ik neem elementen uit het interbestuurlijk werken ook mee voor toekomstige projecten.’

En hoe verliep de samenwerking met DG Oek?

Yvonne: ‘Wij werken heel dicht op elkaar, zitten in dezelfde kantoorruimte en trekken samen veel op. Dat werkte goed. Het governancemodel dat in het evaluatierapport zat, was erg helder. Ik realiseerde me dat dit erg hielp met het werken in een crisis. Ook intern zouden we er baat bij hebben om meer via deze governance lijn te opereren.’