Maatschappelijke opgaven stoppen niet bij de grenzen van een organisatie. Steeds vaker is ketensamenwerking cruciaal – maar tegelijk weerbarstig. Ketens zijn geen blauwdrukken, maar netwerken van mensen, systemen en belangen. Ze vragen continu aandacht, reflectie en regie.

Drie aandachtspunten met bijbehorende dilemma’s:

1. Samenwerking of schijnsamenwerking?

Verbinding & vertrouwen als fundament
Veel ketens zijn formeel ingericht, maar de praktijk laat versnippering zien. Verschillen in tempo, belangen en verwachtingen zorgen voor wrijving. Prestaties worden nog te vaak beoordeeld binnen de eigen silo’s. De opgave: van vrijblijvend samenwerken naar gedeeld eigenaarschap en zichtbaar effect.

Voorbeeldzin:
“Terugzien wat het resultaat is van hun bijdrage aan de keten motiveert enorm.”

Dilemma: Hoe kom je tot echte samenwerking als ketenpartners verschillend tempo, belang en urgentie ervaren – en hun prestaties alleen binnen de eigen organisatie verantwoorden?

2. Regie of regeldrift?

Sturing met gezag én ruimte.
Wie pakt de leiding als het spannend wordt? In ketens is vaak onduidelijk wie waarover gaat. Dat belemmert slagvaardigheid. Goede ketensturing betekent: duidelijke rollen, tijdige besluitvorming en regie met lef – zonder verstikkende bureaucratie. Het gaat om durven doorpakken én ruimte geven.

Voorbeeldzin:
“De afstemming en escalatie tussen ketenpartijen is een groot zorgpunt.”

Dilemma: Hoe geef je richting aan de keten zonder de regie te verliezen of te vervallen in controle en regels die de samenwerking juist blokkeren?

3. Vernieuwing of versnippering?

De digitale infrastructuur van ketens piept en kraakt onder versnipperde systemen en legacy. Ieder werkt aan zijn eigen doorontwikkeling, maar zonder gedeelde visie of gezamenlijke investeringen mist de keten wendbaarheid. Door het ontbreken van standaardisatie en gezamenlijke voorzieningen wordt schaalvoordeel niet benut. Keteninformatisering vraagt om een sprong: van losse componenten naar een samenhangende IV-aanpak, waarbij het belang van het geheel leidend is boven het belang van het deel.

Voorbeeldzin:
“Elke ketenpartner moet zijn eigen systemen en koppelingen inrichten op de anderen.”

Dilemma: Hoe realiseer je gezamenlijke vernieuwing in een landschap waar iedere ketenpartner eigen systemen, tempo en afhankelijkheden heeft – en waar samenwerking vraagt om loslaten van autonomie?