Een opdracht doen op Curaçao: voor veel mensen zal het als een droom klinken. I-Interimmer Martijn Hartog doet het en geeft ons een uniek inkijkje in een bijzondere klus. Over het opzetten van een nieuwe directie voor negen ministeries, de uitdagingen die daarbij komen kijken en de cultuurverschillen op de werkvloer. “In Nederland zijn we soms geneigd om ellenlange stukken aan te leveren, hier schrijven wij geen romans”
Ha Martijn, kun je wat vertellen over jouw klus?
“Bon dia! Op dit moment houd ik mij voor de regering van Curaçao bezig met het neerzetten van de nieuwe directie Informatievoorziening en Digitalisering. Die richten we in binnen het ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening (BPD), zeg maar het BZK van Curaçao. Je kunt de directie zien als een soort CIO Office plus, waarin we de overgang maken naar een moderne, veilige en weerbare digitale organisatie. We ontzorgen en faciliteren negen ministeries en uitvoeringsorganisaties, zodat zij zich kunnen focussen op hun domeinspecifieke inhoud. Mijn credo dat ik hierbij in het begin gebruikte: ‘Eén keer uitwerken, negen keer gebruiken’. Iets dat volgens mij ook heel goed past bij de filosofie van I-Interim Rijk en ODI.”
Hoe zag jouw opdracht er tot nu toe uit?
“Heel praktisch: ik woon niet op Curaçao, maar reis er wel regelmatig naartoe voor enkele weken. De rest doe ik vanuit Nederland, wat betekent dat ik moet kunnen leunen op de staande organisatie en het kernteam. Het vormen van een nieuwe directie is een opgave en heeft veel voeten in de aarde. Halverwege vorig jaar ben ik gestart, net na de verkiezingen op Curaçao, en tegen het einde van het jaar konden we een geborgd en gefaseerd inrichtingsplan indienen bij de Raad van Ministers (RvM). Daarin hebben we een beeld geschetst hoe de directie er uit moet zien. Van positionering, formatie tot de samenwerking als integrale regieketen en governance. Hiermee werd de basis gelegd voor een directie die zowel strategisch richting geeft, tactisch adviseert en operationeel gebruikers ondersteunt. In februari kwamen we met het plan op de agenda van de RvM, kregen we groen licht en konden we verder.”
Wat waren en zijn de volgende stappen?
“Na het akkoord konden we het transitie- en implementatieplan als roadmap verder uitwerken. Ook zijn we aan de slag gegaan met functieprofielen, op basis van hun eigen functiehuis, maar ook van KWIV en het CIO-stelsel, deze ligt ter besluitvorming bij de RvM. In mei hebben we vanuit de RvM een akkoord opgehaald om als directie al te mogen bestaan, wat ook een belangrijke stap was. Maar denk ook aan een O&F-rapport, een sociaal plan, een solide communicatiestrategie en een duurzaam kennisontwikkelingsprogramma. Daar zijn we goed mee op weg. Maar ook met eerste nulmetingen, (beleids)kaders op inkoop- en contractmanagement, portfolioproces en IV-, IB- en privacy risicobeelden. Mijn opdracht houdt binnenkort op, en dan is de bedoeling dat mijn rol intern wordt overgenomen. Komend jaar gaat de directie officieel de lijn als organisatie. Ik heb er alle vertrouwen in dat ze dit gaan halen en iets heel moois gaan neerzetten.”
Wat vraagt deze klus van jou?
“Werken op de eilanden vraagt andere dingen van je dan in Nederland. Ik heb eerder al op het eiland Saba gewoond en gewerkt en kan dus bouwen op de nodige ervaring, hoewel Curaçao ook weer heel eigen is. Het is in mijn optiek belangrijk om de culturele verschillen die er zijn allereerst te erkennen, te respecteren en vervolgens goed mee om te gaan. Daar heb ik in het begin de tijd en ruimte voor genomen, en dat blijf ik doen tot de laatste dag. Dat kan zitten in kleine dingen, zoals de indeling van een dag of een meeting. Je wilt niet te rigide of te efficiënt zijn, het ritme loopt anders. Dat is even schakelen, maar door je goed aan te passen en te accepteren dat zaken anders (kunnen) lopen kun je wel degelijk meters maken. Een ander voorbeeld zit hem in het schrijven van stukken: dit kan het beste kort en bondig. Eerlijk is eerlijk: in Nederland zijn we nog wel eens geneigd om ellenlange stukken aan te leveren. Dat werkt hier simpelweg niet, a fortiori, het werkt juist tegen je.”
Als professional moet je dus bereid zijn je open te stellen?
“Zeker. Er is hier heel belangrijk en interessant werk te doen en je kunt écht veel voor elkaar krijgen met de juiste instelling. In Nederland tref je in de regel projecten die qua structuur en terminologie al helemaal staan. Hier zal je dat zelf moeten neerzetten en dan kom je ook nog met overwegend nieuwe thema’s als IV, IB, portfolio, architectuur, LCM, et cetera. Netwerken, draagvlak en bewustwording creëren en je op de juiste manier opstellen is daarvoor cruciaal. Dan merk je dat je hier veel vertrouwen en vrijheid krijgt om je werk te doen en willen anderen graag een steentje bijdragen. En dat enthousiasme en support krijg je vooral door inhoudelijke trajecten samen te doen waar zij echt voordeel van hebben. De nieuwe directie Informatievoorziening en Digitalisering gaat dat zeker doen, en het maakt mij trots om op deze prachtige plek een positief verschil te mogen maken.”