Wat vraagt een slagvaardige overheid van de manier waarop we samenwerken, besluiten nemen en leidinggeven? Programma Gedrag en Houding onderzoekt hoe gedrag, cultuur en het systeem verandering kunnen versterken of belemmeren. Daarover gaan we in gesprek met experts van buiten de Rijksoverheid, dit keer over cultuur. Schrijver Joris Luyendijk onderzoekt in zijn werk hoe ongeschreven regels en machtsverhoudingen het gedrag van mensen beïnvloeden. Met die blik kijkt hij naar de Rijksoverheid: wat als het gedrag dat jarenlang werd beloond, verandering nu in de weg staat?
Regels gevolgd, probleem opgelost?
Cultuurverandering binnen de Rijksoverheid is volgens Luyendijk keihard nodig. Tegelijkertijd botst die met de manier waarop de overheid jarenlang heeft gefunctioneerd. “Na tachtig jaar vrede is leiderschap bij de overheid ‘het midden houden’.” Daarmee bedoelt hij: Geen positie innemen zolang je niet zeker weet dat het goed uitpakt. Volgens hem zijn mensen jarenlang beloond voor het volgen van regels en het vermijden van conflicten.
In gesprekken met mensen bij de overheid en in het bedrijfsleven hoort Luyendijk vaak dezelfde vraag: “Kan ik het straks uitleggen?” Volgens hem speelt die vraag vooral binnen de overheid een grote rol. Maar wat kunnen mensen dan uitleggen? Dat ze zich aan de regels hebben gehouden of dat het probleem is opgelost?

De omstandigheden veranderen, onze gewoonten ook?
Luyendijk benadrukt dat het Nederlandse poldermodel veel heeft gebracht.
Gedeelde belangen zoeken, verschillen overbruggen en conflicten de-escaleren hebben bijgedragen aan onze welvaart.
Maar de geopolitieke dreigingen van deze tijd vragen volgens hem om andere antwoorden. Niet met iedere tegenstander kom je er samen uit. Grenzen stellen en actief handelen zijn dan noodzakelijk.
Voor Luyendijk maakt die veranderde wereld de vraag naar ander leiderschap urgent. Hij pleit voor leiders die richting geven, ook wanneer de uitkomst nog onzeker is.
Richting geven vraagt soms om conflict
“Veel te vaak wordt gedaan alsof een conflict sowieso een nederlaag is.” Volgens Luyendijk wordt iemand die lastige vragen stelt gemakkelijk als moeilijk of controversieel gezien. Terwijl kritiek ook kan ontstaan doordat iemand gevestigde machtsposities ter discussie stelt.
Leiders die verandering willen brengen, moeten volgens hem daarom bereid zijn conflict aan te gaan. De top heeft daarin een voorbeeldrol. Als leiders zelf weinig veranderen, waarom zouden medewerkers dan anders durven handelen?
Bouw een club
Ander leiderschap is één kant van het verhaal. Maar wat kun je zelf doen als je binnen de overheid verandering wilt brengen en steeds tegen dezelfde patronen aanloopt?
Luyendijk adviseert om niet toe te geven aan bitterheid. Het poldermodel heeft Nederland veel gebracht. Dat deze tijd om iets anders vraagt, betekent niet dat het vroeger verkeerd was.
Zijn advies is om elkaar op te zoeken: “Organiseer je en bouw een club.” Zoek mensen die ook verandering willen brengen, met wie je successen kunt vieren en tegenslagen kunt delen. Volgens Luyendijk is het moeilijk om in je eentje verandering vol te houden in een omgeving waarin het vermijden van risico’s en conflicten sterk aanwezig is.
Die onderlinge steun geeft ruimte om twijfels te bespreken, ervaringen uit te wisselen en na een tegenvaller opnieuw te beginnen. Zo bouw je samen aan de moed om lastige vragen te blijven stellen en een andere aanpak te proberen.